Het ITER-NL project

Om een krachtige Nederlandse inbreng in het internationale fusie-energie project ITER te realiseren, is in 2006 de ITER-NL consortiumovereenkomst gesloten tussen TNO en de instituten waar fusie-onderzoek wordt uitgevoerd: Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM, Utrecht, met haar FOM-Instituut voor Plasmafysica Rijnhuizen in Nieuwegein), de Nuclear Research and consultancy Group (NRG, Petten), en de Technische Universiteit Eindhoven, TU/e.

Het ITER-NL consortium brengt de Nederlandse expertise bijeen die nodig is om systemen voor ITER te bouwen. Het doel van het ITER-NL consortium is om de Nederlandse industrie een goede entree tot dit hightech project te geven en om Nederlandse onderzoekers vooraan te laten staan bij de wetenschappelijke exploitatie van ITER in de bedrijfsfase. De activiteiten van ITER-NL, die al in januari 2006 van start zijn gegaan, worden ondersteund  vanuit het Fonds Economische Structuurversterking, dat wordt gevoed uit de aardgasbaten.

Activiteiten

De activiteiten van ITER-NL zijn er op gericht om geschikte Nederlandse industrieën te assisteren bij de voor ITER verplichte kwalificatieprocedure, en bij het ontwikkelen van het benodigde niveau op het gebied van kwaliteitscontrole en projectmanagement. De overdracht van specifieke kernfusie-technologische knowhow die binnen kennisinstellingen beschikbaar is naar het bedrijfsleven speelt hierbij een belangrijke rol.

Daarnaast zal het consortium zich positioneren en kwalificeren voor een breed scala van orders van ITER, van vacuümtechnologie tot ‘remote handling’ en geavanceerde computercontrolesystemen. Op vrijwel alle gebieden wordt met Europese partners samengewerkt: de Europese bijdrage aan ITER is een voorbeeld van zeer succesvolle Europese samenwerking.

Speerpunten

Speerpunten van het project zijn twee geavanceerde wetenschappelijke instrumenten, waaraan Nederland een belangrijke bijdrage kan leveren door wetenschappelijke expertise en specifieke knowhow in de industrie te combineren. Dit betreft de Upper Port Launcher en de Upper Port Viewer.

De Upper Port Launcher is een systeem om nauwkeurig gerichte bundels van hoogvermogen radiogolven in de reactor te zenden. Het bestaat uit een set antennes waarmee microgolven met in totaal 20 megawatt vermogen in het hete plasma in ITER kunnen worden gestraald. Deze microgolven verhitten het plasma analoog aan de werking van een magnetronoven. Door deze verhitting zeer precies – in tijd en plaats – toe te passen, is het mogelijk om de werking van de reactor te optimaliseren.

De Upper Port Viewer is een optisch meetsysteem waarmee zichtbaar licht dat uit het plasma komt wordt opgevangen en geanalyseerd. Daarmee kan onder andere de temperatuur van het hete plasma in ITER gemeten worden, en de snelheid waarmee het beweegt. Dit meetinstrument zal centraal staan in de wetenschappelijke exploitatie van ITER.

ITER

Het internationale ITER project heeft als doel de wetenschappelijke en technische haalbaarheid aan te tonen van kernfusie als energiebron. ITER zal worden gerealiseerd door een internationale wetenschappelijke samenwerking van de Europese Unie, de VS, Japan, de Russische Federatie, China, India en Zuid-Korea. Door deze ongekend brede samenwerking heeft het project een grote politieke uitstraling. ITER is één van de meest complexe en innovatieve projecten van dit moment, met een uitgesproken hightech karakter.

De ITER machine

De bouwkosten van ITER bedragen 5 miljard Euro gedurende tien jaar, en een zelfde bedrag wordt voorzien voor twintig jaar onderzoek op de reactor. Deze kosten worden voor een groot deel "in kind" geleverd door de partners; van de totale bouwkosten van ITER gaat naar verwachting 80% naar de industrie. Europea heeft een leidende rol binnen ITER en financieert ongeveer de helft van het project, de andere partners financieren elk 10%. In januari 2007 zijn de werkzaamheden op de lokatie begonnen, en de verwachting is dat de bouwfase in 2018 afgerond wordt.